in naam der Koningin

 

VONNIS

 

RECHTBANK OOST-NEDERLAND

 

Team kanton en handelsrecht

 

Zittingplaats Nijmegen

 

zaakgegevens   839634 \ CV EXPL  12-5579 \ 199 \ 23rd

uitspraak van    15 februari 2013

 

vonnis

 

in de zaak van

1.      (passagier)

2.      (passagier)

beiden wonende te Arnhem

eisende partijen

gemachtigde mr. A. Jankie

 

tegen

 

de vennootschap naar Surinaams recht Surinaamse Luchtvaart Maatschappij N.V. (SLM)

gevestigd te Paramaribo, Suriname, en kantoorhoudende te Amsterdam

gedaagde partij

gemachtigde mr. J.C.A. Froon

 

Partijen worden hierna (passagier) en (passagier) en SLM genoemd.

 

1.      De procedure

 

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-          de dagvaarding van 7 september 2012 met producties

-          de conclusie van antwoord met een productie

-          de conclusie van repliek

-          de akte van 14 december 2012 van SLM, houdende verzoek tot doorhaling

-          de antwoordakte van (passagier) en (passagier).

 

2.      De vordering en het verweer

2.1.(passagier) en (passagier) vorderen dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, SLM zal veroordelen tot betaling van een bedrag van € 1.200,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 november 2011 en met veroordeling van SLM in de proceskosten en de nakosten.

 

2.2.(passagier) en (passagier) baseren hun vordering op de volgende – zakelijk weergegeven – stellingen.

Op grond van artikel 7 van de Verordening EG nr. 261/2004 van 11 februari 2004 hebben zij recht op een door SLM te betalen vergoeding. Zij hadden immers een vlucht bij SLM van Amsterdam naar Paramaribo geboekt, doch deze vlucht, met vluchtnummer PY993 die gepland stond op 20 november 2011 om 15.15 uur, heeft eerst plaatsgevonden op 22 november 2011 rond 13.00 uur. De reden hiervoor was gelegen in technische problemen.

 

2.3.Na aanvankelijk inhoudelijk verweer te hebben gevoerd tegen de door (passagier) en (passagier) ingestelde vordering, heeft SLM bij voornoemde akte van 14 december 2012 dit verweer prijsgegeven onder verwijzing naar het arrest van het HvJEG/EU van 23 oktober 2012, NJ 2013, 4. Zij heeft voorts aangevoerd inmiddels op 13 december 2012 aan het kantoor van de gemachtigde van (passagier) en (passagier) een bedrag te hebben overgemaakt ten bedrage van € 1.448,17, bestaande uit een bedrag van € 1.200,-- aan hoofdsom, € 72,-- ter zake van wettelijke rente, € 76,17 ter zake van dagvaardingskosten en € 100,-- aan salaris gemachtigde. Zij heeft hier nog aan toegevoegd het in debet gestelde griffierecht afzonderlijk aan de rechtbank te zullen voldoen. Op grond hiervan is SLM van mening dat zij (passagier) volledig heeft gecompenseerd en verzoekt zij de procedure door te halen.

 

2.4.(passagier en (passagier) hebben zich bij antwoordakte tegen doorhaling van de zaak verzet en aangevoerd niet bekend te zijn met enige betaling door SLM aan het kantoor van hun gemachtigde. Zij hebben hier nog aan toegevoegd dat SLM ten onrechte heeft aangenomen dat zij op basis van een toevoeging procederen.

 

3.      De beoordeling

 

3.1.Nu SLM haar verweer niet langer heeft gehandhaafd, zal de vordering van (passagier) en (passagier) als erkend worden toegewezen als hieronder bij de beslissing te vermelden.

3.2.SLM wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten dragen. Hierbij tekent de kantonrechter aan dat niet is gesteld of gebleken dat (passagier) en (passagier) op basis van een toevoeging procederen.

De nakosten worden eveneens toegewezen tot een bedrag van € 100,--. Dit is half salarispunt van het toe te wijzen salaris van de gemachtigde met een maximum van € 100,00.

 

4.      De beslissing

 

De kantonrechter

 

veroordeelt SLM om aan (passagier) en (passagier) te betalen een bedrag van € 1.200,-- te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 23 november 2011 tot aan de voldoening en rekening houdend met de eventueel reeds in mindering hierop betaalde bedragen;

 

veroordeelt SLM in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van (passagier) en (passagier) op € 76,17 aan dagvaardingskosten, € 207,-- aan griffierecht en € 200,-- aan salaris voor gemachtigde, alsmede € 100,-- aan kosten die na dit vonnis zullen ontstaan, eveneens rekening houdend met de eventueel reeds hierop in mindering betaalde bedragen;

 

verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

 

wijst het meer of anders gevorderde af.

 

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. J.W.M. Tromp en in het openbaar uitgesproken op 15 februari 2013.

 

 

 

GROSSE

 

Uitgegeven voor eerste grosse aan en ten behoeve van de eisende partij.

 

De griffier van de rechtbank.

 

Datum: 15 februari 2013 

------------------------------------------

www.rechtspraak.nl       LJN: BZ2734

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx?snelzoeken=true&searchtype=ljn&ljn=BZ2734&vrije_tekst=SLM




Modify Website

© 2000 - 2013 powered by
Doteasy Web Hosting